DE BOOG uitgeverij
  ... voor eenheid in geloof en leven

Uit Spreken Met God, Deel 9


dinsdag 18 februari 2020

Derde zondag van de heilige Jozef

22. JOZEF, DE echtgenoot VAN MARIA

-Het huwelijk tussen Jozef en Maria. De «bewaker van haar maagdelijkheid». -De allerzuiverste liefde van Jozef. -Het vaderschap van de heilige aartsvader over Jezus.

22.1 Alle heiligen zijn meestaal bekend vanwege een be­paalde kwaliteit, een deugd, waarin zij op bijzondere wijze een toonbeeld zijn voor de overige christenen en waarin zij uitzonderlijk hebben uitgeblonken: de heilige Franciscus van Assisi vanwege zijn armoede; de heilige Pastoor van Ars staat model voor de priester die zich volledig in dienst van het heil der zielen stelt; de heilige Thomas More onder­scheidt zich door de trouw aan zijn burgerplichten en door de kracht om onwankelbaar te zijn in zijn geloof, hetgeen hem tot het martelaarschap voerde... Van de heilige Jozef zegt Matteüs ons: Jozef, de man van Maria.1 Dàt is de oorsprong van zijn heiligheid en zijn taak in het leven. Niemand, met uitzondering van Jezus, hield zo veel van Onze Lieve Vrouw, niemand heeft haar beter beschermd. Niemand anders heeft zijn leven voor de Verlosser gegeven zoals sint Jozef.

De Voorzienigheid wilde, dat Jezus in de schoot van een echt gezin geboren zou worden. Jozef was niet louter een beschermer van Maria, hij was haar echtgenoot. Bij de Joden bestond de huwelijkssluiting uit twee wezenlijke handelingen, waartussen een bepaalde tijdsruimte lag: de 'verloving' en het eigenlijke 'huwelijk'. Het eerste -de verloving- was niet eenvoudigweg de belofte van een toekomstige huwelijksverbintenis, maar vormde reeds een echt huwelijk. De verloofde legde de gift van dertien munten in handen van de vrouw, en daarna volgde een zegengebed. Vanaf dat ogenblik ontving de bruid de naam 'echtgenote van...'. Volgens het gebruik was er een tijds­ruimte van een jaar bepaald tussen de verloving en het huwelijk. In die tussentijd ontving de Maagd het bezoek van de engel en werd Gods Zoon mens in haar schoot; aan sint Jozef werd in een droom het goddelijk geheim dat zich in Onze Lieve Vrouw had voltrokken, geopenbaard en hem werd gevraagd Maria als zijn vrouw in huis op te nemen. «Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich (Mt 1, 24). Hij nam haar op met heel het geheim van haar moederschap; hij nam haar op samen met de Zoon, die door het werk van de Heilige Geest ter wereld zou komen. Zó toonde hij een bereidwilligheid, gelijk aan die van Maria, ten aanzien van hetgeen God door middel van zijn boodschapper van hem vroeg.»2

Het tweede deel was als het ware de voltrekking van de huwelijksovereenkomst en de wederzijdse overgave die reeds had plaatsgevonden. De vrouw werd naar het huis van de echtgenoot gebracht onder grootse feestelijkheden en buitengewoon vreugdebetoon.3 Ten overstaan van allen werd de verbintenis vanaf de verloving rechtsgeldig en de vrucht ervan wettig erkend.

Het doel van de huwelijkssluiting zijn de rechten die de echtgenoten elkaar wederkerig verlenen over hun lichaam met betrekking tot de voortplanting. Deze rechten bestonden in de vereniging van Maria en Jozef (als die rechten niet hadden bestaan, zou er ook geen echt huwelijk hebben plaatsgevonden), ook al hadden zij met wederzijds goedvinden van de uitoefening daarvan afge­zien; en dit vanwege een bijzondere ingeving en genade die God in hun ziel zou uitstorten. Het uitsluiten van deze rechten zou het huwelijk ongeldig hebben gemaakt, maar dat gold niet, als zij het voornemen hadden geen gebruik te maken van die rechten. Alles voltrok zich in een uiterst fijngevoelige sfeer die wij goed kunnen begrijpen, wanneer we die met een zuiver hart bezien. Jozef, maagdelijk omwille van de Maagd, beschermde haar met uiterste fijngevoeligheid en tederheid.4

De heilige Thomas geeft verscheidene redenen aan waarom het nodig was, dat Maria met Jozef in een echt huwelijk verbonden was5: om de schande van de kant van buren en verwanten te voorkomen, wanneer die zouden zien dat zij een kind ging krijgen; opdat Jezus in de schoot van een gezin zou worden geboren en als wettig werd beschouwd door degenen die onbekend waren met het ge­heim van zijn bovennatuurlijke ontvangenis; opdat Maria en Jezus steun en hulp bij Jozef zouden vinden; opdat de komst van de Messias voor de duivel verborgen zou blijven; opdat in Maria tegelijkertijd het huwelijk en de maagdelijk­heid geëerd zouden worden... Onze Lieve Vrouw hield van Jozef met de intense en allerzuiverste liefde van een echt­genote. Zij, die hem zo goed kende, verlangt dat wij in hem steun en kracht zoeken. In Maria en Jozef hebben de echt­genoten het volmaakte voorbeeld van wat liefde en fijnge­voeligheid dienen te zijn. In hen vinden eveneens een volmaakt beeld degenen die heel hun liefde, 'indiviso corde', aan God hebben toegewijd in een apostolisch celibaat of in de maagdelijkheid, die zij te midden van de wereld bele­ven, want «de maagdelijkheid en het celibaat omwille van het Rijk Gods zijn niet alleen niet in tegenspraak met de waardigheid van het huwelijk, maar veronderstellen en bevestigen deze. Het huwelijk en de maagdelijkheid zijn de twee manieren waarop het ene mysterie van het verbond van God met zijn volk wordt uitgedrukt.»6

22.2 Jozef en Maria verloofden zich in Nazaret, en daar vond het onuitsprekelijke mysterie van de menswording van Gods Zoon plaats. Bij de verloving ontving Maria
-zoals gebruikelijk was7- een bruidsschat bestaande uit een juweel van geringe waarde, kleren en meubels. Zij ontving ook een klein erfgoed, waaronder misschien een stukje grond... Wellicht had dit alles niet veel geldswaarde, maar als men arm is, waardeert men het des te meer. Als timmerman zal sint Jozef voor haar de beste meubels hebben gemaakt, die hij tot dan toe ooit vervaardigd had. Zoals dat in niet al te grote plaatsen gebeurt, zal het bericht van mond tot mond gegaan zijn: «Maria heeft zich verloofd met Jozef, de timmerman.» Onze Lieve Vrouw wenste die verloving, ook al had zij aan God haar maagde­lijkheid gegeven. «Het eenvoudigste is te bedenken
-schrijft Lagrange-, dat het huwelijk met een man als Jozef haar afschermde van andere huwelijksaanzoeken, die onophoudelijk opnieuw gedaan werden, en haar rust zou verzekeren.»8 We moeten bedenken, dat Jozef en Maria zich in alles lieten leiden door goddelijke impulsen en ingevingen. Op hen is, als op niemand anders, die waar­heid van toepassing, die sint Thomas uiteenzet: «bij rechtschapen mensen is het gewoon en komt het vaak voor, dat zij ertoe gebracht worden in alles te handelen op ingeving van de Heilige Geest.»9 God volgde van zeer nabij die menselijke liefde tussen Maria en Jozef, en moedigde die aan met de hulp van de genade om de verloving van hen beiden te doen plaatshebben.

Toen Jozef vernam dat het kind dat Maria in haar schoot droeg de vrucht van de Heilige Geest was, dat zij de Moeder van de Verlosser zou worden, hield hij nog meer dan ooit van haar, «niet als een broer, maar met een zuive­re echtelijke liefde, die zo diep was, dat deze iedere vlese­lijke relatie overbodig maakte, zo fijngevoelig, dat die hem niet slechts tot getuige maakte van de maagdelijke reinheid van Maria -maagd vóór, tijdens en na de bevalling, zoals de Kerk ons leert- maar tot haar behoeder.»10 God de Vader bereidde zorgvuldig het maagdelijk gezin voor, waarin zijn eniggeboren Zoon zou worden geboren.

Het is geenszins waarschijnlijk, dat Jozef veel ouder was dan Maria, zoals we hem vaak op schilderijen zien afgebeeld, met de goede bedoeling de maagdelijkheid van Maria te benadrukken, want «om de deugd van kuisheid te beleven hoeft men niet te wachten tot men oud is of geen kracht meer heeft. De kuisheid ontstaat uit de liefde, en voor de zuivere liefde zijn de energie en de vreugde van de jeugd geen hindernissen. Jong waren het hart en het lichaam van sint Jozef, toen hij in het huwelijk trad met Maria, toen hij kennis nam van het mysterie van haar goddelijk moederschap, toen hij aan haar zijde leefde met eerbiediging van haar integriteit, die God aan de wereld wilde schenken als een teken temeer van zijn komst onder de mensen.»11

Dit is de liefde waarom wij -ieder in de staat waarin God hem of haar heeft geroepen- tot de heilige aartsvader bidden; die liefde «die het hart verlicht»12 om met vreugde de taak die ons is toevertrouwd ten uitvoer te brengen.

22.3 De evangelies noemen sint Jozef herhaaldelijk vader.13 Dit was ongetwijfeld de naam die Jezus gewoonlijk ge­bruikt zal hebben binnen het huisgezin van Nazaret, als Hij zich tot de heilige aartsvader richtte. Jezus werd door degenen die Hem kenden beschouwd als zoon van Jozef.14 En Jozef vervulde inderdaad de functie van vader binnen de Heilige Familie: door Jezus zijn naam te geven, bij de vlucht naar Egypte, bij het kiezen van hun woonplaats na hun terugkeer... Jezus gehoorzaamde Jozef als een vader: Hij ging met hen mee naar Nazaret en was aan hen onderdanig...15

Jezus was op wondere wijze ontvangen door toedoen van de Heilige Geest en Hij werd door goddelijke wil, maagdelijk geboren voor Maria en Jozef. God wilde, dat Jezus binnen een gezin geboren zou worden en onderdanig was aan een vader en een moeder en door hen verzorgd zou worden. En zoals Hij Maria uitverkoos om zijn moeder te worden, zo verkoos Hij ook Jozef uit om zijn vader te zijn, elk van hen op het gebied dat hun toekwam.

Sint Jozef koesterde voor Jezus ware vaderlijke gevoelens; de genade deed in zijn daarvoor toegeruste en voorbe­reide hart een vurige liefde ontbranden tot de Zoon van God en tot zijn echtgenote, groter nog dan wanneer het om een natuurlijke zoon zou zijn gegaan. Jozef zorgde voor Jezus, beminde Hem als zijn zoon en aanbad Hem als zijn God. En het schouwspel -dat hij voortdurend voor ogen had- van een God die de wereld zijn oneindige liefde schonk, was een aansporing Hem meer en meer te bemin­nen en zich steeds meer in een onbegrensde edelmoedigheid over te geven.

Hij beminde Jezus alsof hij Hem werkelijk had verwekt, als een mysterieuze gave van God, die aan zijn armzalig mensenleven was gegeven. Hij wijdde aan Hem zonder enige reserve zijn krachten, zijn tijd, zijn bekommeringen, zijn zorgen. Hij verwachtte geen andere beloning dan deze overgave van zijn leven steeds beter te mogen beleven. Zijn liefde was tegelijkertijd zachtmoedig en sterk, rustig en vurig, gevoelig en teder. We kunnen ons hem voor­stellen, terwijl hij het Kind in zijn armen neemt, Hem met liedjes in slaap wiegt, stukken speelgoed voor Hem maakt; hoe hij bij Hem is zoals alle vaders doen, hoe hij Hem stevig knuffelt als daden van aanbidding en diepste getuigenis van zijn genegenheid. Hij stond er voortdurend verwonderd over dat de Zoon van God ook zijn zoon had willen worden. Laten wij de heilige Jozef bidden, dat wij Jezus weten te beminnen en met Hem om te gaan, zoals hij gedaan heeft.

-1. Mt 1,16. -2. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Redemptoris custos, 15-VIII-1989, 3. -3. F.M. Willam, Leven van Maria. -4. Vgl. H. Augustinus, Tractaat over de maagdelijkheid, 1,4. -5. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III q29 a1. -6. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Familiaris consortio, 22-XII-1981, 16. -7. Vgl. F.M. Willam, o.c., bl. 66. -8. J.M. Lagrange, Evangile selon Saint Lucas, 3e ed., Parijs 1923, bl. 33. -9. Vgl. H. Thomas van Aquino, o.c., III q36 a5, c en ad 2. -10. F. Suárez, Jozef van Nazaret. -11. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 40. -12. H. Thomas van Aquino, Over de liefde. -13. Lc 2,27.33.41.48. -14. Vgl. Lc 3,23. -15. Lc 2,51.